Mark Rutte. © ANP
Het kabinet staat nog altijd pal voor de afspraak dat er niet getornd wordt aan de hypotheekrenteaftrek. Die afspraak maakten VVD en CDA met de PVV bij het aantreden van het kabinet. 'Die afspraak staat', zegt premier Mark Rutte. 'Niemand heeft het in het vizier.'
De roep om wel iets aan de hypotheekrenteaftrek te doen is de laatste tijd fors toegenomen. Onder meer De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten pleiten voor aanpassing. Eerder deden internationale organisaties het IMF en de OESO dat al.
Zij wijzen er op dat de Nederlanders samen een enorme hypotheekschuld hebben van 644 miljard euro.
Daar staat een woningwaarde van zo'n 1100 miljard euro tegenover, maar die daalt. Bovendien moet het kabinet volgend voorjaar besluiten over nieuwe bezuinigingen van waarschijnlijk tussen de 5 en de 10 miljard euro. Vicepremier Maxime Verhagen gaf onlangs aan dat er dan geen heilige huisjes meer zijn. Maar volgens Rutte was dat geen verwijzing naar de hypotheekrenteaftrek, zo laat de premier weten in een interview met De Telegraaf vandaag.
(ANP/Redactie)
zaterdag 24 december 2011
donderdag 22 december 2011
Betaalbare huurwoning steeds moeilijker te vinden
Het wordt steeds moeilijker om een betaalbare huurwoning te vinden. Een huurwoning komt tegenwoordig gemiddeld pas na 13 jaar vrij. Dat meldde het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV).
Het aantal huurwoningen van corporaties dat vrijkomt daalt al jaren. Vorig jaar ging het nog slechts om 7,9 procent van de woningen. ''Het wordt daardoor vooral voor starters binnen de doelgroep van lagere inkomens steeds moeilijker om financieel passende woonruimte te vinden'', waarschuwde het fonds. Vooral in en rond Amsterdam en Utrecht is het moeilijk om een huurwoning te vinden.
Bovendien komen er steeds minder nieuwe woningen bij. In 2010 daalde het aantal opgeleverde huurwoningen landelijk met bijna 16 procent. Het aantal nieuwe koopwoningen nam dat jaar zelfs met bijna 40 procent af. Slechts een deel van de krimp in nieuwbouw komt voor de rekening van de corporaties. Het aantal huur- en koopwoningen dat woningcorporaties realiseerden, daalde in 2010 met respectievelijk 7 procent en 22 procent.
Bron: ANP, 22-12-2011
woensdag 21 december 2011
Prijs koopwoningen steeds sneller naar beneden
Verkochte bestaande koopwoningen waren in november gemiddeld 3,3 procent goedkoper dan in november 2010. De prijsdaling was beduidend groter dan die in oktober, toen de verkoopprijzen 2,8 procent lager waren dan een jaar eerder. Dit blijkt uit de cijfers van het CBS en het Kadaster.
Alle woningtypen waren in november goedkoper dan een jaar eerder.
Vrijstaande woningen namen met 3,9 procent het meest af in prijs, tussenwoningen met 2,9 procent het minst.
In nagenoeg alle provincies daalden de prijzen. De sterkste prijsdaling was in Friesland (met 7 procent). In Gelderland, Overijssel en Groningen waren de prijzen ook fors lager (meer dan 4 procent).
Zeeland was de enige provincie waar de prijzen gelijk waren aan een jaar eerder.
Ten opzichte van oktober 2011 daalden de verkoopprijzen van bestaande koopwoningen met 0,8 procent. Deze afname was tweemaal zo groot als die in oktober.
In november wisselden bijna 9,5 duizend bestaande koopwoningen van eigenaar. Daarmee was het aantal verkopen 6 procent lager dan een jaar eerder. In de eerste elf maanden van 2011 zijn er bijna 108 duizend woningen verkocht. Dit is bijna 4 procent minder dan in dezelfde periode in 2010.
- Posted by Pascal de Roo -
maandag 12 december 2011
De wettelijke bedenktijd, hoe zat dat ook alweer?
De bedenktijd duurt minimaal drie dagen en begint op de dag die volgt op de dag dat (een afschrift van) de tussen partijen opgemaakte akte aan koper ter hand is gesteld. De bedenktijd eindigt tegen 24.00 uur van de laatste dag die van de bedenktijd deel uitmaakt. Het is dus niet van belang hoe laat de koper het afschrift van de akte heeft ontvangen. Onderop zetten wij nog eens neer hoe dat dan bijvoorbeeld werkt met de komende feestdagen.
Omdat de algemene termijnenwet van toepassing is, kan de bedenktijd langer duren dan drie dagen. Op grond van deze wet wordt een termijn:
• die eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is;
• zonodig zoveel verlengd dat daarvan tenminste twee dagen deel uitmaken die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
Koopakte ter hand gesteld op:
Bedenktijd eindigt op:
Bedenktijd bedraagt:
Maandag
Donderdag
drie kalenderdagen
Dinsdag
Vrijdag
drie kalenderdagen
Woensdag
Maandag
vijf kalenderdagen
Donderdag
Maandag
vier kalenderdagen
Vrijdag
Dinsdag
vier kalenderdagen
Zaterdag
Dinsdag
drie kalenderdagen
Zondag
Woensdag
drie kalenderdagen
Voor de berekening van de bedenktijd worden als algemeen erkende feestdagen aangemerkt of daarmee gelijkgesteld:
• de Nieuwjaarsdag
• de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag
• de beide Kerstdagen
• de Hemelvaartsdag
• de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd • de vijfde mei
• de Goede Vrijdag
Voor de aankomende feestdagen geldt het volgende:
Koopakte ter hand gesteld op vrijdag 23 december - bedenktijd eindigt op woensdag 28 december 2011. De bedenktijd bedraagt 5 kalenderdagen (=2 werkdagen.
Koopakte ter hand gesteld op vrijdag 30 december - bedenktijd eindigt op dinsdag 3 januari 2012. De bedenktijd bedraagt 4 kalenderdagen (=2 werkdagen).
woensdag 30 november 2011
'Verplichte inschrijving VvE afschaffen'
Deze week heeft de Tweede Kamer besloten om de
verplichte inschrijving van Verenigingen van Eigenaren (VvE) in het register van
de Kamer van Koophandel af te schaffen.
Voor inschrijving in het register van de KvK is een bestuurder nodig en bij kleine VvE’s is die er vaak niet. Verder is er bij een VvE van twee appartementen al snel geen meerderheid te vinden om de inschrijving te bekrachtigen. Bijvoorbeeld op het moment dat er één tegenstem of een stakende stem is. Een langdurig en complex juridisch traject is dan vervolgens nodig om de inschrijving toch voor elkaar te krijgen.
Vereniging Eigen Huis ziet het belang van actieve VvE’s die hun zaken goed op orde hebben, maar vindt het nut van een inschrijving van met name kleine VvE’s twijfelachtig.
Bron: VEH, 29-11-2011
Voor inschrijving in het register van de KvK is een bestuurder nodig en bij kleine VvE’s is die er vaak niet. Verder is er bij een VvE van twee appartementen al snel geen meerderheid te vinden om de inschrijving te bekrachtigen. Bijvoorbeeld op het moment dat er één tegenstem of een stakende stem is. Een langdurig en complex juridisch traject is dan vervolgens nodig om de inschrijving toch voor elkaar te krijgen.
Vereniging Eigen Huis ziet het belang van actieve VvE’s die hun zaken goed op orde hebben, maar vindt het nut van een inschrijving van met name kleine VvE’s twijfelachtig.
Bron: VEH, 29-11-2011
dinsdag 29 november 2011
Tijdelijke verhuur woonruimte
Momenteel staan er veel woningen te koop. Veel mensen hebben zelfs in deze tijd al een nieuwe woning gekocht, terwijl de oude woning nog niet verkocht is. Eigenaren zijn veelal op zoek naar middelen om de dubbele lasten te drukken. Als mogelijke optie om de kosten te drukken komt al snel de tijdelijke verhuur ter sprake.
De vraag is of het verstandig is om een te koop staande woning tijdelijk te verhuren. Het huurrecht bevat immers veel dwingend recht.
Het huurrecht woonruimte
Het huurrecht woonruimte
De eerste vraag die van belang is, is wat er nou eigenlijk onder de huur van woonruimte wordt verstaan. Er is sprake van huur indien er woonruimte ter beschikking wordt gesteld tegen een bepaalde vergoeding. De naam die partijen de overeenkomst geven is niet bepalend voor de kwalificatie huur, het gaat om de inhoud van de overeenkomst.
Het huurrecht woonruimte is opgenomen in de artikelen 7:232-7:282 Burgerlijk Wetboek (BW). Het huurrecht beperkt de contractvrijheid bij verhuur van woonruimte aanzienlijk, omdat het huurrecht woonruimte grotendeels bestaat uit dwingend recht. De beperking van de contractvrijheid is bedoeld om de economisch zwakkere partij, de huurder, te beschermen. Dwingend recht is lang niet altijd door iedereen gewenst. Volgens vaste jurisprudentie valt dwingend huurrecht niet eenvoudig te ontwijken. Ontwijkingsconstructies zijn al gauw aanvechtbaar en sneuvelen dan ook door een rechterlijk oordeel dat er toch sprake was van huur.
Huurbeëindiging
Huurovereenkomsten woonruimte kunnen slechts eindigen door:
- opzegging
- ontbinding door de rechter
- beëindiging met wederzijds goedvinden
De opzegging van huurovereenkomsten woonruimte is wettelijk geregeld in art. 7:271 t/m 282 BW. In art. 7:282 BW is expliciet opgenomen dat van deze artikelen niet ten nadele van de huurder kan worden afgeweken. Opzegging
Huurovereenkomsten dienen altijd te worden opgezegd. In tegenstelling tot wat veel mensen denken geldt dit ook voor huurovereenkomsten die voor bepaalde tijd zijn aangegaan. Het afspreken van een bepaalde termijn heeft dus slechts de beperkte strekking dat die aangeeft wanneer er op zijn vroegst kan worden opgezegd.
De opzegtermijn voor de huurder is afhankelijk van de betaaltermijn en bedraagt in de praktijk meestal 1 maand, de opzegtermijn voor de huurder kan maximaal 3 maanden zijn. De verhuurder heeft het 1e jaar een opzegtermijn van minimaal 3 maanden, het 2e jaar een opzegtermijn van 4 maanden, het 3e jaar 5 maanden en daarna een opzegtermijn van 6 maanden.
De opzegtermijn voor de huurder is afhankelijk van de betaaltermijn en bedraagt in de praktijk meestal 1 maand, de opzegtermijn voor de huurder kan maximaal 3 maanden zijn. De verhuurder heeft het 1e jaar een opzegtermijn van minimaal 3 maanden, het 2e jaar een opzegtermijn van 4 maanden, het 3e jaar 5 maanden en daarna een opzegtermijn van 6 maanden.
De verhuurder die de huur wil opzeggen moet, op straffe van nietigheid, de gronden vermelden die tot de opzegging hebben geleid. De verhuurder kan zich uitsluitend beroepen op de opzeggingsgronden die genoemd zijn in art. 7:274 lid 1 BW:
Tijdelijke verhuur woonruimte
De huurder gedraagt zich niet zoals een goed huurder betaamt; De diplomatenclausule, voor het geval de verhuurder zelf na een tijdelijk vertrek wil intrekken of terugkeren; Dringend eigen gebruik; Weigering redelijk aanbod nieuwe huurovereenkomst; Verwezenlijken geldend bestemmingsplan; Hospita verhuur.
De strekking van deze informatieplicht is dat de huurder bij zijn besluitvorming over een eventuele toestemming in de beëindiging zich een oordeel kan vormen over zijn proceskansen (HR 18 juni 1993, NJ 1993, 614).
Ontbinding door de rechter
Nadat de huurovereenkomst door de verhuurder is opgezegd is het van belang dat de huurder de opzegging aanvaardt. Wordt de opzegging namelijk niet aanvaard door de huurder dan kan de verhuurder na zes weken naar de rechter stappen. De huurovereenkomst loopt namelijk op grond van art. 7:272 lid 1 BW gewoon door totdat de rechter onherroepelijk heeft beslist op de beëindiging-vordering.
De beëindigingsovereenkomst
De wettelijke regels met betrekking tot de opzegging van de huurovereenkomst gelden niet als er, nadat de huur is ingegaan, met wederzijds goedvinden een overeenkomst tot beëindiging wordt gesloten (art. 7:271 lid 8 BW). Hierin verklaart de huurder het pand op een bepaalde datum leeg en ontruimd op te leveren. Een beëindigingsovereenkomst kan alleen worden gesloten na het ingaan van de huurovereenkomst. Indien een beëindigingsovereenkomst voor of bij het ingaan van de huurovereenkomst zou worden gesloten zou dit het systeem van de huurbescherming ondermijnen.
Tijdelijke verhuur
Een voor bepaalde tijd aangegane huurovereenkomst eindigt dus niet door het enkele verloop van de huurtijd. De afspraak dat de huur eindigt zonder opzegging is nietig (art. 7:271 lid 7 BW).
De huurovereenkomst welke voor bepaalde tijd is aangegaan is uiteraard ook niet tussentijds op te zeggen. Mocht de woning tijdens de looptijd van de huurovereenkomst worden verkocht, dan is de huurovereenkomst dus niet tussentijds op te zeggen, want koop breekt geen huur.
De verhuurder kan zich zoals reeds eerder genoemd alleen beroepen op de wettelijke opzeggingsgronden. De verhuurder zou kunnen zeggen dat hij de woning weer nodig heeft voor eigen gebruik, omdat de woning verkocht is en leeg en ontruimd geleverd moet worden aan de koper.
Probleem hierbij is dat in de wet expliciet is opgenomen dat vervreemding van de gehuurde woonruimte niet valt onder de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik. De verkoper heeft geen wettelijke gronden om de tijdelijke huurovereenkomst op te zeggen en is dus afhankelijk van de medewerking van de huurder.
Probleem hierbij is dat in de wet expliciet is opgenomen dat vervreemding van de gehuurde woonruimte niet valt onder de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik. De verkoper heeft geen wettelijke gronden om de tijdelijke huurovereenkomst op te zeggen en is dus afhankelijk van de medewerking van de huurder.
Huurovereenkomsten naar aard van korte duur
Vaak wordt de vraag gesteld of de huurovereenkomst naar aard van korte duur geen oplossing is. Op de huurovereenkomst naar aard van korte duur zijn de huurrecht bepalingen woonruimte (art. 7:232 t/m 282 BW) niet van toepassing. Het gehele stelsel van huur- en huurprijsbescherming is dus niet van toepassing.
Volgens de minister gaat het om gevallen waarin voor iedereen duidelijk is dat er geen sprake kan en mag zijn van een beroep op huurbescherming. Het klassieke voorbeeld is de vakantiewoning. Wat ook onder deze uitzondering kan vallen zijn noodoplossingen ten behoeve van de huurder, gebruik in afwachting van een op handen zijnde renovatie of verkoop alsmede verhuur met een beperkt en tijdelijk karakter.
Deze uitzondering op de dwingende huurbescherming moet volgens de parlementaire behandeling "zeer restrictief" worden opgevat en is van "heel beperkte betekenis".
Volgens de minister gaat het om gevallen waarin voor iedereen duidelijk is dat er geen sprake kan en mag zijn van een beroep op huurbescherming. Het klassieke voorbeeld is de vakantiewoning. Wat ook onder deze uitzondering kan vallen zijn noodoplossingen ten behoeve van de huurder, gebruik in afwachting van een op handen zijnde renovatie of verkoop alsmede verhuur met een beperkt en tijdelijk karakter.
Deze uitzondering op de dwingende huurbescherming moet volgens de parlementaire behandeling "zeer restrictief" worden opgevat en is van "heel beperkte betekenis".
Het is aan de rechter om van geval tot geval te beslissen of sprake is van verhuur naar aard van korte duur. De jurisprudentie is sterk door de omstandigheden en door billijkheidsoverwegingen gekleurd.
Zou een tijdelijke huurovereenkomst woonruimte een overeenkomst naar aard van korte duur kunnen zijn?
Gezien de beperkte toepassing van huurovereenkomsten naar aard van korte duur zal dit niet snel worden aangenomen. Temeer nu de mogelijkheid bestaat om gebruik te maken van de Leegstandwet.
De alternatieven
De dwingend rechtelijke bepalingen van het huurrecht kunnen voor de verhuurder een reden zijn om af te zien van de verhuur. Zijn er alternatieven?
De Leegstandwet
De Leegstandwet maakt het mogelijk om tijdelijk te verhuren, waarbij een aantal dwingendrechtelijke huurbeschermingsbepalingen niet van toepassing zijn.
Voor tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet is een vergunning nodig van de gemeente waarin de woonruimte ligt.
De Leegstandwet bestaat uit slechts 3 artikelen, art. 1, 15 en 16.
In art. 15 Leegstandwet zijn de gevallen opgesomd waarop de regeling van de tijdelijke verhuur van toepassing is:
In art. 15 Leegstandwet zijn de gevallen opgesomd waarop de regeling van de tijdelijke verhuur van toepassing is:
- Woonruimte in een voor sloop of renovatie bestemde huurwoning
- Woonruimte in een voor de verkoop bestemde woning, die
- nog nooit bewoond is geweest;
- in de 12 maanden voordat de woning leeg kwam te staan door de eigenaar (geheel of grotendeels) bewoond is geweest.
De huurovereenkomst moet worden aangegaan voor minimaal 6 maanden en maximaal 2 jaar. Op verzoek van verhuurder kan deze periode worden verlengd met telkens 1 jaar. De totale duur van de vergunning is echter nooit meer dan 5 jaar.
De opzegtermijn bedraagt voor de verhuurder 3 maanden en voor de huurder 1 maand. De opzegformaliteiten die gelden voor reguliere huurovereenkomsten (art. 7:272 tot en met 277 BW) zijn niet van toepassing op de Leegstandwet.
Verhuur op grond van de Leegstandwet kent wel een aantal nadelen. In de vergunning moet staan tegen welke huurprijs ten hoogste mag worden verhuurd. De berekening van de maximale huurprijs geschiedt op basis van de Uitvoeringswet huurprijzen (art. 10 lid 1 en 12 lid 2).
Door goedkeuring van de crisis en herstelwet door de Eerste Kamer is het tijdelijk (tot 1 januari 2014) mogelijk om geliberaliseerd te verhuren indien dit op grond van de reguliere huurprijsregelgeving ook mogelijk zou zijn.
Een ander nadeel is dat niet elke gemeente bekend is met de Leegstandwet en een aanvraag tot een vergunning direct afwijst. De gemeente is verplicht een aanvraag voor een vergunning in behandeling te nemen. Voor het afwijzen van de aanvraag zijn geen criteria opgesteld, maar de gemeente moet de afwijzing wel motiveren.
Anti-kraak
Bij anti-kraak is er geen sprake van verhuur, maar van een gebruiksovereenkomst, bruiklening ex art. 7A:1777 BW. Aangezien er geen sprake is van een tegenprestatie is geen sprake van een huurrelatie. Alleen een onkostenvergoeding voor gas, water en licht mag in rekening worden gebracht aan de gebruiker. Het verhuren voor een vriendenprijs c.q. het in gebruik geven tegen een geringe vergoeding is ook gewoon een huurovereenkomst. Indien toch huur in rekening wordt gebracht is een marktconforme huur een schrale troost voor de verhuurder die gebukt gaat onder de dwingende huurwetgeving.
Overige aandachtspunten
Inkomstenbelasting
De verhuur van de te koop staande woning heeft ook (negatieve) gevolgen voor de Inkomsten-belasting.
Als men verhuist naar een andere woning valt de oude woning maximaal 2 jaar (tot 1 januari 2013 is deze termijn verlengd met een jaar, dus maximaal 3 jaar) na het kalenderjaar waarin men de woning heeft verlaten onder de eigenwoningregeling. De waarde van de oude woning en de eigenwoning-schuld hoeven dan niet te worden aangegeven in box 3. Men moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
- De oude woning is tot de verhuizing hoofdverblijf.
- De oude woning staat vanaf de verhuizing leeg.
- De oude woning wordt daadwerkelijk te koop aangeboden.
Als men de oude woning gaat verhuren staat deze niet meer leeg, waardoor de dubbele hypotheekrente niet meer van toepassing is.
In het Belastingplan 2010 is bepaald dat vanaf 1 januari 2010 de hypotheekrenteaftrek herleeft na verhuur van een voormalige eigen woning. De hypotheekrente kan dan nog worden afgetrokken tot maximaal de resterende termijn van de verhuisregeling. Deze regeling is ook verlengd met een jaar en zal per 1 januari 2013 vervallen.
Courtage makelaar
Courtage makelaar
In artikel 14 van de Algemene Consumentenvoorwaarden NVM februari 2010 is opgenomen dat de consument courtage verschuldigd is indien tijdens de looptijd van de opdracht een overeenkomst met betrekking tot een onroerende zaak tot stand komt. Onder de totstandkoming van een overeenkomst wordt tevens verstaan het door opdrachtgever meewerken aan een handeling als gevolg waarvan de onroerende zaak wordt verhuurd en in verband daarmee de uitvoering van de opdracht geen verderevoortgang vindt. Dit zou aan de orde kunnen zijn indien de verkoopopdracht wordt ingetrokken. Uit oogpunt van transparantie en om discussie achteraf te voorkomen is het aan te bevelen om duidelijke afspraken te maken over eventuele vergoedingen m.b.t. de tijdelijke verhuur.
Opstalverzekering
Opstalverzekering
Met het oog op de kleine lettertjes van verzekeringspolissen is het tevens van belang om de tijdelijke verhuur te melden aan de opstalverzekering.
Het huurbeding in de hypotheekakte
Het huurbeding in de hypotheekakte
De verhuurder mag in principe niet zonder de toestemming van de bank verhuren (art. 3:264 lid 1 BW). Is verhuurd in strijd met het huurbeding dan kan in het kader van de executie door de bank de nietigheid van de huur worden ingeroepen. Hierdoor is de bank er van verzekerd dat de opbrengst van de woning bij executoriale verkoop niet wordt gedrukt door een huurder.
Conclusie
Conclusie
De tijdelijke verhuur (met uitzondering van verhuur op basis van de leegstandwet) is duidelijk geen ideale oplossing en is dan ook af te raden. Mocht uw opdrachtgever toch besluiten de woning te verhuren dan is het belangrijk om u te wijzen op deze risico’s.
donderdag 17 november 2011
Donner: geen geld voor starters
Minister Donner (Binnenlandse Zaken) ziet geen ruimte om geld vrij te maken voor leningen aan starters op de woningmarkt. Donner zei dit vandaag in antwoord op vragen van D66. Onder meer de NVM had hierop aangedrongen, omdat starters als aanjagers fungeren voor de woningmarkt.
"Ik ben zeer gevoelig voor het belang en de positie van starters op de woningmarkt. Tegelijk worden de drempels voor toetreding in deze periode vooral verlaagd door de lagere huizenprijzen en de groei van het aanbod. Ik zie geen ruimte om budget voor startersleningen vrij te maken. Mijn voorkeur gaat overigens niet uit naar een gefragmenteerde aanpak door het stapelen van specifieke maatregelen voor specifieke groepen, maar naar generiek beleid", stelt Donner.
Volgens de minister zullen algemene maatregelen ook beter werken dan maatregelen voor specifieke groepen om de doorstroming in de woningmarkt als geheel weer op gang te helpen. Hij meent dat juist starters bij uitstek profiteren van de generieke maatregelen, zoals de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting, de tijdelijke verruiming van de NHG en de verschillende koopmogelijkheden van corporatiewoningen.
De NVM en vijf andere organisaties schreven vorige week in een brief aan de Kamer dat de keten van de woningmarkt begint bij de starter. Als duizenden starters toetreden tot de woningmarkt brengt dat een veelvoud aan verhuisbewegingen op gang. Het sneeuwbaleffect van de Starterslening vormt een enorme stimulans voor de economie. Het is een uitgelezen instrument om met name de lokale woningmarkt weer op gang te brengen.
"Ik ben zeer gevoelig voor het belang en de positie van starters op de woningmarkt. Tegelijk worden de drempels voor toetreding in deze periode vooral verlaagd door de lagere huizenprijzen en de groei van het aanbod. Ik zie geen ruimte om budget voor startersleningen vrij te maken. Mijn voorkeur gaat overigens niet uit naar een gefragmenteerde aanpak door het stapelen van specifieke maatregelen voor specifieke groepen, maar naar generiek beleid", stelt Donner.
Volgens de minister zullen algemene maatregelen ook beter werken dan maatregelen voor specifieke groepen om de doorstroming in de woningmarkt als geheel weer op gang te helpen. Hij meent dat juist starters bij uitstek profiteren van de generieke maatregelen, zoals de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting, de tijdelijke verruiming van de NHG en de verschillende koopmogelijkheden van corporatiewoningen.
De NVM en vijf andere organisaties schreven vorige week in een brief aan de Kamer dat de keten van de woningmarkt begint bij de starter. Als duizenden starters toetreden tot de woningmarkt brengt dat een veelvoud aan verhuisbewegingen op gang. Het sneeuwbaleffect van de Starterslening vormt een enorme stimulans voor de economie. Het is een uitgelezen instrument om met name de lokale woningmarkt weer op gang te brengen.
Abonneren op:
Posts (Atom)